Beginpagina‎ > ‎Best‎ > ‎

Beschermd dorpsgezicht Batadorp

In totaal zijn er in Nederland meer dan 400 beschermde stads- en dorpsgezichten met een geschiedenis die teruggaat tot vóór 1850. In het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is ook de stedenbouw uit de periode 1850-1940 landelijk geïnventariseerd. 
Het besluit, op 29 februari 2016, tot aanwijzing  van Batadorp in de gemeente Best als beschermd dorpsgezicht vloeit voort uit deze inventarisatie.

De geschiedenis van Batadorp begint in 1933 met de bouw van de NV Maatschappij voor Schoen- en Lederindustrie Bata, beter bekend als ‘de Bata’. De moederfabriek van Bata stond in het Tsjechische Zlin. Tegelijk met de eerste fabrieksgebouwen werden de eerste woonhuizen gebouwd. In de jaren daarna groeide de nederzetting uit tot een fabrieksdorp met een bedrijfs- en een woongedeelte, gescheiden door een groenstrook (Europaplein). De woonhuizen en de fabrieksgebouwen zijn gebouwd in functionalistische stijl, bewust door Bata werd toegepast. 
In de architectuur herkennen we de principes van de Nieuwe Zakelijkheid en Bauhaus. Opzet en karakter van Batadorp komen sterk overeen met die van de moederfabriek in Zlin en vestigingen van Bata elders in Europa. 

De Bata-filosofie werd in Zlin in praktijk gebracht in ‘Batapolis’, de door Gahura uitgewerkte modelstad, met in het centrum het rationeel opgezette fabriekscomplex en daaromheen een arbeiderskolonie bestaan de uit halfvrijstaande woningen in een tuindorpachtige setting. De stad beschikte daarnaast over eigen voorzieningen als sportaccommodaties, scholen en een hospitaal.
De ‘company town’- was in de ogen van Bata – de ideale vorm om een ‘community’ te creëren in dienst van het bedrijf. En net zoals bij betaalbare kwaliteitsschoenen produceerde met behulp van industriële technieken, zo zocht hij ook betaalbare kwaliteit in de opzet van de fabrieksgebouwen, internaat  en  130 woningen. Een gestandaardiseerde, functionalistische bouwstijl  vloeide daar als vanzelf uit voort. Ook kwamen er sportvoorzieningen, een bioscoop, winkels, een kapper, een restaurant, een school en een boerderij. Daarnaast nog een toneelvereniging, een fanfare, een vrijwillig brandweercorps en een dokter. 

Voor de vestiging in Nederland viel, na vergeefse onderhandelingen met de gemeente Eindhoven, de keuze op een strategisch gelegen stuk heidegebied in de gemeente Best. De belangrijkste vestigingsfactoren waren de lage grondprijs, de aanwezigheid van goedkope en volgzame arbeidskrachten, en de goede, deel recent aangelegde verkeersverbindingen: de spoorlijn Den Bosch-Utrecht, Wilhelminakanaal, Beatrixkanaal (toen nog in aanleg), en het vliegveld Welschap. Het Bata-kader beschikte over eigen vliegtuigen. 

Vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw verdween de schoenenproductie naar lagelonenlanden maar verdwenen ook de alle basivoorzieningen. Na een heroriëntatie leidde in 1970 tot de oprichting van ‘Bata Industrials’ met het hoofdkwartier in Best. Een klein deel van het personeel hield zijn baan. Het Batadorp en het groots deel van de fabrieksgebouwen met bijhorende grond  werden in 1978 aan de gemeente verkocht. Een aantal reeds leegstaande fabrieksgebouwen werden gesloopt om hier vervolgens  een nieuw industrieterrein aan te leggen. De gezellenhuizen, internaatsgebouw en de winkels verdwenen. De zittende bewoners kregen de gelegenheid om hun woning te kopen. 

Het landelijke Monumenten Inventarisatie Project (1850-1940) zorgde in de jaren negentig voor hernieuwde aandacht voor het unieke industriële karakter van companytown Batadorp. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wees enkele verschillende woningtypen en de drielaags fabrieksgebouwen aan als rijksmonument.  

Op 29 februari 2016 het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het besluit genomen Batadorp aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht.  Zie: www.cultureelerfgoed.nl